De ontwikkeling van nieuwe technologieën binnen de topsectoren moet samengaan met nadenken over de implicaties daarvan, vindt Laurens Hessels.
“Wie heeft er zin in een sneetje genetisch gemanipuleerd brood?”, vroeg Rathenau-onderzoeker Virgil Rerimassie in januari tijdens een politiek café over synthetische biologie in Den Haag. De ongemakkelijke reacties in de zaal illustreerden de noodzaak van dit soort bijeenkomsten. Wie kan immers de kansen en risico’s van futuristische voeding echt overzien? Juist vanwege de onzekerheid over mogelijkheden en gevaren van technologische innovaties, is een tijdig en goed gesprek belangrijk.
Investeren in reflectie
De afgelopen decennia hebben diverse publiek-private onderzoeksprogramma’s flink geïnvesteerd in reflectie en discussie over opkomende technologieën. Het regie-orgaan NGI (Netherlands Genomics Initiative), bijvoorbeeld, heeft de afgelopen tien jaar een mooie balans tussen natuurwetenschap en kritische reflectie gevonden. NGI is primair gericht op technologische innovatie, maar het heeft een deel van de middelen gereserveerd voor alfa en gamma onderzoek, dat input levert voor noodzakelijke publieke en politieke discussies over technologieën in de dop.