Vraagsturing in innovatiebeleid: daal van die top af
Onder de titel ‘Naar de top’ presenteerde minister Verhagen onlangs de uitwerking van zijn bedrijvenbeleid waarin hij bedrijven in tien topsectoren de regie geeft over onderzoeks- en onderwijsagendering. Het leidende principe in de topsectorenaanpak is vraagsturing. De gekozen aanpak gevat in de slogan ‘van kennis naar kunde naar kassa’, is echter te lineair, statisch en top-down. Vraagsturing is vooral een leerproces dat niet plaatsvindt aan de top maar tussen en met de betrokkenen in een sector.
Zoektocht
Om te beginnen suggereert de slogan ‘van kennis naar kunde naar kassa’ dat bedrijven en overheden precies weten welke kennis ze nodig hebben. In de praktijk ligt het anders. Bedrijven moeten hun kennisvragen vaak nog ontwikkelen en doen dit door intensief en langdurig met wetenschappers samen te werken. Hetzelfde geldt voor de overheid die met haar taken op het gebied van bijvoorbeeld defensie en grote maatschappelijke problemen, ook een kennisvrager is. In veel gevallen heeft zij nog geen duidelijke vraag en leunt zij op de expertise van intermediairen zoals adviesbureaus, NWO of wetenschappers. De samenwerking tussen kennisvragers en kennisaanbieders behelst dus een gezamenlijke zoektocht waarbij vraagarticulatie belangrijker is dan vraagsturing.
Een tweede probleem is dat de vraagsturing zoals die nu wordt ingestoken te veel top-down is. Want hoewel het nieuwe innovatiebeleid het bedrijfsleven en andere veldpartijen een grote mate van vrijheid belooft, gebeurt de aansturing top-down en is de regie in handen van de zogenoemde topteams, bestaande uit prominenten uit het bedrijfsleven, de overheid de wetenschap. Zij hebben een plan van aanpak mogen schrijven over onderzoek en onderwijs in hun sector. Daarvoor hebben de teams weliswaar driftig hun achterban geconsulteerd maar nieuwe geluiden worden niet gehoord. Dit is problematisch omdat het niet de top is die innoveert; de belangrijkste innovaties komen altijd van onder af. Daarnaast lijkt de consultatie eenmalig te zijn terwijl kennisproducenten en -gebruikers niet stilzitten. Vraagsturing is een leerproces waarbij de partijen in de sector continu scherp moet blijven.
Partijen betrekken
Ten derde is het verstandig om bij het proces van vraagarticulatie een breed scala aan partijen te betrekken. Naast de klassieke kennisvragers en -aanbieders kunnen andere partijen zoals beleggers en eindgebruikers als inspiratiebron dienen bij de vraagsturing. Zo is de inbreng van patiëntenorganisaties nuttig gebleken bij het opstellen van de farmaceutische onderzoeksagenda. Dit heeft in een aantal gevallen geleid tot toonaangevende wetenschap én economische activiteit in de vorm van spin-offbedrijven.
Vraagsturing is kortom een leerproces, waarbij een lange adem en een brede blik onontbeerlijk zijn. Het zou dan ook verstandig zijn als de topteams afdalen en de discussie verbreden. En laat ze investeren in het gezamenlijk creëren en uitvoeren van een kennisagenda door aanbieders en gebruikers van kennis. Het is te hopen dat de route ‘van kennis naar kunde naar kassa’ zo een groepsreis wordt met ruimte voor omwegen en uitstapjes.
Wouter Boon werkt bij het Rathenau Instituut en doet onderzoek naar de rol van kennisvragers in onderzoek en innovatie
Gearchiveerd onder:De waarde van wetenschap, Dynamiek van de wetenschap | Laat een reactie achter
Tags:innovatie, topsectoren, vraagsturing
Nog geen reacties op “Vraagsturing in innovatiebeleid: daal van die top af”