Ambities in het Nederlandse wetenschaps- en innovatiebeleid worden sterk gestuurd door de prestaties op allerlei rankings. Onze universiteiten moeten in de top van de Times Higher Education en Shanghai rankings; onze publicaties moeten meer worden geciteerd dan het wereldgemiddelde; ons land moet naar de top in de ranglijsten van innovatie, groei en concurrentiekracht.
De ambitie is om Nederland bij de vijf sterkste kenniseconomieën ter wereld te brengen. Ook voor die ambitie bestaat een ranking: de Global Competitiveness Index (GCI) van het World Economic Forum. In de GCI staat Nederland op de zevende plaats, achter Zwitserland, Singapore, Zweden, Finland, de VS en Duitsland. In de onlangs verschenen Global Innovation Index staan we zesde. Blijkbaar zijn we er bijna. Het gaat echter niet dat om dat ene getal maar juist om wat er achter zit en vooral om de visie die het beleid vorm geeft.
