“We kunnen immers niet overal goed in zijn”

Barend van der Meulen blogt over de speerpunten, prioriteiten, focus en massa en de topsectoren in de beleidsnota’s van de afgelopen jaren.

In mijn korte tijd als ambtenaar, begin jaren ’90, kreeg ik een tekst waarin het Ministerie van Defensie heel serieus de voortgang in het speerpuntenonderzoek meldde. Ik had niet verwacht dat ons land nog met speren verdedigd werd. Ik was niet de eerste lezer van de tekst. Blijkbaar hadden velen voor mij de term speerpuntenonderzoek niet raar gevonden.

In onderzoek- en wetenschapsbeleid moet er altijd gekozen worden. “We kunnen immers niet overal goed in zijn,” zeggen bestuurders graag. Of dat waar is, is maar de vraag. Individuen kunnen niet overal goed in zijn. Heel veel wetenschappers kunnen wel in heel veel goed zijn. En veel wijst er op dat Nederlandse wetenschappers het over de volle breedte van de wetenschap goed doen. Sommigen zeggen ‘excellent’, maar die categorie bewaar ik zelf liever voor de beste 10%.

Lees verder

Op naar de top: zeker weten!

Ambities in het Nederlandse wetenschaps- en innovatiebeleid worden sterk gestuurd door de prestaties op allerlei rankings. Onze universiteiten moeten in de top van de Times Higher Education en Shanghai rankings; onze publicaties moeten meer worden geciteerd dan het wereldgemiddelde; ons land moet naar de top in de ranglijsten van innovatie, groei en concurrentiekracht.

De ambitie is om Nederland bij de vijf sterkste kenniseconomieën ter wereld te brengen. Ook voor die ambitie bestaat een ranking: de Global Competitiveness Index (GCI) van het World Economic Forum. In de GCI staat Nederland op de zevende plaats, achter Zwitserland, Singapore, Zweden, Finland, de VS en Duitsland. In de onlangs verschenen Global Innovation Index staan we zesde. Blijkbaar zijn we er bijna. Het gaat echter niet dat om dat ene getal maar juist om wat er achter zit en vooral om de visie die het beleid vorm geeft.

Lees verder

Beteugel de organisatorische wildgroei in de topsectoren

De Tweede Kamer vergadert op 14 juni over de ‘innovatiecontracten’, die wetenschap, bedrijfsleven en overheid in de topsectoren met elkaar verbinden. Deze contracten staan vol mooie plannen, maar dreigen een wildgroei aan nieuwe organisaties teweeg te brengen. Er bestaan al zo veel coördinatieclubs op het gebied van wetenschap en innovatie dat terughoudendheid vereist is. Wij adviseren de Kamer om per sector maar één topconsortium toe te staan.

Aanvankelijk was dat ook de bedoeling. Terecht, want Nederland heeft de afgelopen decennia een overdaad aan organisaties tussen overheid en wetenschap in weten te scheppen. Toch dreigt het aantal voorgenomen TKI’s (topconsortium voor kennis en innovatie) een veelvoud te worden van het aantal topsectoren, als de geruchten waar zijn. Hoog tijd te leren van het verleden.

Lees verder